Lijn 2 van de Gemeente Tram Nijmegen

Opening, verlengingen en opheffing.
Lijn 2 van de Gemeente Tram Nijmegen had ten doel:
- de vervanging van de NmTM stoomtramlijn naar Ubbergen en Beek (onderlangs)
- de vervanging van de NmTM stoomtramlijn naar Berg en Dal (bovenlangs); het stadsgedeelte van deze lijn werd door GTN lijn 1 afgedekt.

De situatie van het tramnet van de GTN daags voor de opheffing van lijn 1 op 7 juli 1952. Lijn 2 heeft rood ingetekende haltes. Tekening: NVBS D. vd Spek.

De ingebruikname was op:
- 1 januari 1913            Hunnerpark - Beek (Hotel Spijker).

Wijzigingen vonden plaats op:
- 15 januari 1913          Verlengd vanaf Beek via het viaduct tot Berg en Dal
- 22 september 1952   Verlengd vanaf Hunnerpark tot Kelfkensbosch

De opheffing:
Op zaterdag 19 november 1955 werd de laatste normale dienst gereden.
Op zondag 20 november 1955 werd een laatste rit met Nijmeegse trams gereden met de motorwagens 21, 28 en 29. Na terugkeer in Nijmegen konden de trams voorgoed naar de remise inrukken.......

 

Enkelspoorbeveiligingen
Lijn 2 was een enkelsporige interlokale tramlijn met wisselplaatsen. Er was geen enkelspoorbeveiliging, maar men reed op dienstregeling met vaste wisselplaatsen. Wel lag er een diensttelefoonlijn langs de gehele route.
In verband met het toenemende wegverkeer in de jaren ’50 werden er lichtbakken opgehangen op onoverzichtelijke plaatsen langs de Rijksstraatweg om zo de komst van de tram aan te kondigen.

Het onderstation
De bovenleiding van lijn 2 was dubbel uitgevoerd; niet vanwege een enkelspoorbeveiliging, maar om voldoende elektrisch vermogen beschikbaar te hebben langs de lange lijn. Omdat het venijn in de staart zat, namelijk de klim van 80 meter van Beek naar Berg en Dal en vanwege de grote afstand tot het voedingspunt, werd in Beek onderaan de Van Randwijckweg een onderstation gebouwd, dat de trams op hun weg naar boven van extra vermogen zou kunnen voorzien. In de praktijk bleek dit alleen noodzakelijk te zijn, wanneer er een frequentere dienst werd gereden, dan een halfuursdienst.
Op 28 december 1912 was het onderstation gereed. Het bood onderdak aan een éénanker-omvormer van 300 kW die 820 volt gelijkspanning maakte uit de aangevoerde 10.000 volt.
Aan de rechterzijde was een wachtruimte voor de trampassagiers aangebouwd.
Tot eind 1916 heeft het onderstation ook de stroom geleverd aan de Clever Strassenbahn voor het traject van Beek naar Kranenburg
.

 

De route van lijn 2 in de jaren ’50.

Motorwagen 27 van lijn 2 staat in september 1955 aan de halte Hunnerpark klaar voor vertrek naar Berg en Dal. De rails van lijn 1 zijn verwijderd; er ligt alleen nog een omloopspoor voor lijn 2. De halte was een vluchtheuvel midden op straat. De tram staat op het weggedeelte staduitwaarts, terwijl het verkeer vanaf het Keizer Lodewijkplein stadinwaarts op het weggedeelte tussen de tram en het wachthuisje moet door rijden. Het wachthuisje rechts bestaat nog steeds en doet, zij het een kwart slag gedraaid, dienst als kiosk. Foto: JGJ van Lith.


Lijn 2 begon op het Hunnerpark. Wie van het station of uit de stad kwam, diende eerst tramlijn 1 te nemen. Bij het verlaten van het Hunnerpark stak de tram parallel aan lijn 1 de weg over en boog vervolgens, in het midden van de rotonde met een redelijk diepe doorsnijding door het gras naar links in de richting van de Ubbergseweg. Nadat de weg nogmaals overgestoken was, liep de lijn in zijligging op een eigen baan tot aan het punt, waar de afdaling langs de Nieuwe Ubbergseweg naar Ubbergen begon. Tijdens deze afdaling liep de tram langs het trottoir aan de linkerzijde van de weg, dus tegen het verkeer in. Deze situatie zou zo blijven tot in Beek.

Een tramstel van lijn 2 doorsnijdt op 19 augustus 1954 het Keizer Lodewijkplein vanaf het Hunnerpark in de richting van de Nieuwe Ubbergseweg. Foto: E.J. Bouwman.

Op 21 juli 1952 is een tramstel van lijn 2 bijna bovenaan de helling van de Nieuwe Ubbergseweg aangekomen op weg naar het Hunnerpark. Foto: E.J. Bouwman.

Motorwagen 29 is op 30 mei 1955 vrijwel onderaan de helling van de Nieuwe Ubbergseweg en zal daarna invoegen in de Ubbergseweg, die wat lager al te zien is. Foto: E.J. Bouwman.

Onderaan de helling aangekomen stak de tramlijn met een klein slingertje de van links invoegende de Ubbergseweg over en volgde deze tot aan wisselplaats De Valk, ongeveer ter hoogte van het huidige tankstation gelegen. Na het passeren van Villa Bergzicht, die later heeft moeten wijken voor de aanleg van de N52, maakte de tramlijn al stijgend een S-bocht naar rechts en naar links en voerde vervolgens voorbij huize Waalheuvel en het oude Tolhuis. Daarna begint de weg, inmiddels Rijksstraatweg geheten, al slingerend te stijgen in de stuwwal van de laatste ijstijd, waarbij de tram aan de linker kant tegen het verkeer in bleef rijden.

Tramdrukte in 1953 bij wisselplaats De Valk in de Ubbergseweg. Foto: E.J. Bouwman

Op 21 juli 1952 is motorwagen 4, geleend van lijn 1, met een grote bijwagen uit de serie 101 - 106 juist Villa Bergzicht gepasseerd en begint aan de klim naar huize Waalheuvel. Aan de trammast is één van de lichtbakken te zien, die het verkeer moesten waarschuwen voor de komst van de tegen het verkeer inrijdende tram. Foto: E.J. Bouwman.

In 1955 is een tramstel, na de S-bocht in de Rijksstraatweg, de links gelegen Oude Holleweg met huize Waalheuvel gepasseerd. Wanneer de Oude Holleweg naar boven beklommen werd, kwam men in Hengstdal uit bij het eindpunt van lijn 1. De bijwagens werden in 1955 niet meer gebruikt, maar bij groter vervoersaanbod koppelde men twee motorwagens aan elkaar, zoals op deze foto is te zien. Foto: E.J. Bouwman.

De tramlijn klom verder naar het Franse Pensionaat (de huidige Refter), waar in Ubbergen het hoogste punt bereikt werd. Daarna daalde de lijn vervolgens weer in de richting van Beek tot de wisselplaats Oude School. Vanaf hier liep de tramlijn tamelijk vlak door tot aan Hotel Spijker. In feite is er op het gedeelte vanaf het tankstation in Ubbergen tot aan het onderstation in Beek niet veel veranderd; men hoeft alleen maar de rails in de straatklinkers en de vakwerktrammasten met gebogen uithouder langs de weg te denken en men ziet de tram zo weer rijden…..

Nog steeds in 1955 begint de tram na het oude Tolhuis aan de klim naar het Frans Pensionaat. Foto: E.J. Bouwman

Na de ingang van het Frans Pensionaat (nu De Refter) daalt de Rijksstraatweg weer tot in Beek. Achter het hek naast de tram ligt het pensionaat; op de achtergrond Villa Heuvellust. Onderaan de helling lag de wisselplaats Oude School. Het tramstel rijdt hier, in 1952, in de richting van Nijmegen. Foto: E.J. Bouwman.

Na het hotel Spijker, waar nu nog vele tramfoto’s hangen, reed de tram met een S-boog, waarin het spoor tevens verdubbelde, naar de Van Randwijckweg met een wisselplaats vlak voor het onderstation. Aan de rechterzijde van de Rijksstraatweg lag een opstelspoor langs de keermuur van de Van Randwijckweg, het zogenaamde Duitslandspoor. Hier kon zo nodig een bijwagen afgehaakt worden en stond ook vaak de Railreiniger tactisch opgesteld, om eventueel defect materieel te kunnen wegslepen…..

Een ansichtkaart uit de beginjaren: motorwagens 24 en 25 op de wisselplaats in de Van Randwijckweg in Beek voor het onderstation. Vlak voor motorwagen 24 is het wissel naar het opstelspoor langs de keermuur te zien. Jaartal en fotograaf onbekend.

Na de wisselplaats begon de grote klim naar Berg en Dal; weer langs de linkerzijde van de weg. Na onder het grote betonnen viaduct door te zijn gereden, boog de tram naar rechts af, waarbij een plantsoentje met gras doorsneden werd; nu nog te herkennen als voetpad. Na de Van Randwijckweg te zijn gekruist, vervolgde de lijn de Wester Bergweg, nog steeds aan de linkerzijde, waar ook een wisselplaats lag. Op de Sterrenberg boog de tram voor de uitspanning met uitzichttoren langs met een scherpe boog naar rechts de Ooster Bergweg op, waarna de oprit naar het viaduct werd bereikt. Aan de rechterzijde van de weg staat nog steeds een goed onderhouden trammast op particulier terrein.

In 1953 rijdt de volgtram op de Van Randwijckweg nog onder het viaduct door, terwijl het voorste tramstel al op het viaduct gestopt is. Foto:E.J. Bouwman.

De tram is na de lange klim langs de Van Randwijckweg overgestoken naar de Wester Bergweg en klimt verder naar de Sterrenberg. Jaartal en fotograaf onbekend.

Na een bocht van een halve cirkel voor de uitspanning langs op de Sterrenberg, rijdt de tram op 21 juli 1952 over de Ooster Bergweg naar het landhoofd van het viaduct. Foto: E.J. Bouwman.

 

Op het viaduct, waaraan het Bergspoor haar faam dankte, werd meestal even gestopt om van het uitzicht te genieten. Na het viaduct boog de lijn naar rechts langs de tuinmuur van de villa aan de linker zijde. Vervolgens werd de Hogeweg bereikt, die nu aan de rechterzijde werd gevolgd tot aan de wegenkruising in Berg en Dal, waar de tram linksaf boog en vrijwel direct aan de linkerzijde van de weg de wisselplaats en het eindpunt berg en Dal bereikte.

Een tramstel rijdt op 17 augustus 1954 op het bergspoorviaduct in de richting van Berg en Dal. Foto: E.J. Bouman.

De tram heeft op 21 juli 1952 het viaduct verlaten en is na een bocht naar rechts langs de tuinmuur van de villa op de achtergrond de Hogeweg in Berg en Dal opgereden. Foto: E.J. Bouwman.

Aan het einde van de Hogeweg komt de tram in Berg en Dal aan. Links komt de steile helling van de Van Randwijckweg omhoog, waarlangs later de gehuurde Crossleybussen van de GTN met huilende motor omhoog moesten zwoegen. Jaartal en fotograaf onbekend.

Nadat de Hogeweg en de Van Randwijckweg samengekomen waren, sloeg de tramlijn linksaf, waar direkt om de hoek het eindpunt met omloopspoor en het wachthuisje gelegen waren. Het jaartal is, evenals de fotograaf, onbekend, maar gezien de Peugeot bestelbus zal het toch om en nabij 1955 geweest zijn. Wanneer men de weg langs Hotel Hamer een aantal kilometers naar Nijmegen volgde, kwam men in Hengstdal uit bij het eindpunt van lijn 1.
Terug