
Opening, verlengingen en opheffing.
Lijn 2 van de Gemeente Tram Nijmegen had ten doel:
- de vervanging van de NmTM stoomtramlijn naar Ubbergen en Beek (onderlangs)
- de vervanging van de NmTM stoomtramlijn naar Berg en Dal (bovenlangs); het stadsgedeelte van deze lijn werd door GTN lijn 1 afgedekt.
De ingebruikname was op:
- 1 januari 1913 Hunnerpark - Beek (Hotel Spijker).
Wijzigingen vonden plaats op:
- 15 januari 1913 Verlengd vanaf Beek via het viaduct tot Berg en Dal
- 22 september 1952 Verlengd vanaf Hunnerpark tot Kelfkensbosch
De opheffing:
Op zaterdag 19 november 1955 werd de laatste normale dienst gereden.
Op zondag 20 november 1955 werd een laatste rit met Nijmeegse trams gereden met de motorwagens 21, 28 en 29. Na terugkeer in Nijmegen konden de trams voorgoed naar de remise inrukken.......
Enkelspoorbeveiligingen
Lijn 2 was een enkelsporige interlokale tramlijn met wisselplaatsen. Er was geen enkelspoorbeveiliging, maar men reed op dienstregeling met vaste wisselplaatsen. Wel lag er een diensttelefoonlijn langs de gehele route.
In verband met het toenemende wegverkeer in de jaren ’50 werden er lichtbakken opgehangen op onoverzichtelijke plaatsen langs de Rijksstraatweg om zo de komst van de tram aan te kondigen.
Het onderstation
De bovenleiding van lijn 2 was dubbel uitgevoerd; niet vanwege een enkelspoorbeveiliging, maar om voldoende elektrisch vermogen beschikbaar te hebben langs de lange lijn. Omdat het venijn in de staart zat, namelijk de klim van 80 meter van Beek naar Berg en Dal en vanwege de grote afstand tot het voedingspunt, werd in Beek onderaan de Van Randwijckweg een onderstation gebouwd, dat de trams op hun weg naar boven van extra vermogen zou kunnen voorzien. In de praktijk bleek dit alleen noodzakelijk te zijn, wanneer er een frequentere dienst werd gereden, dan een halfuursdienst.
Op 28 december 1912 was het onderstation gereed. Het bood onderdak aan een éénanker-omvormer van 300 kW die 820 volt gelijkspanning maakte uit de aangevoerde 10.000 volt.
Aan de rechterzijde was een wachtruimte voor de trampassagiers aangebouwd.
Tot eind 1916 heeft het onderstation ook de stroom geleverd aan de Clever Strassenbahn voor het traject van Beek naar Kranenburg.
De route van lijn 2 in de jaren ’50.

Lijn 2 begon op het Hunnerpark. Wie van het station of uit de stad kwam, diende eerst tramlijn 1 te nemen. Bij het verlaten van het Hunnerpark stak de tram parallel aan lijn 1 de weg over en boog vervolgens, in het midden van de rotonde met een redelijk diepe doorsnijding door het gras naar links in de richting van de Ubbergseweg. Nadat de weg nogmaals overgestoken was, liep de lijn in zijligging op een eigen baan tot aan het punt, waar de afdaling langs de Nieuwe Ubbergseweg naar Ubbergen begon. Tijdens deze afdaling liep de tram langs het trottoir aan de linkerzijde van de weg, dus tegen het verkeer in. Deze situatie zou zo blijven tot in Beek.



Onderaan de helling aangekomen stak de tramlijn met een klein slingertje de van links invoegende de Ubbergseweg over en volgde deze tot aan wisselplaats De Valk, ongeveer ter hoogte van het huidige tankstation gelegen. Na het passeren van Villa Bergzicht, die later heeft moeten wijken voor de aanleg van de N52, maakte de tramlijn al stijgend een S-bocht naar rechts en naar links en voerde vervolgens voorbij huize Waalheuvel en het oude Tolhuis. Daarna begint de weg, inmiddels Rijksstraatweg geheten, al slingerend te stijgen in de stuwwal van de laatste ijstijd, waarbij de tram aan de linker kant tegen het verkeer in bleef rijden.



De tramlijn klom verder naar het Franse Pensionaat (de huidige Refter), waar in Ubbergen het hoogste punt bereikt werd. Daarna daalde de lijn vervolgens weer in de richting van Beek tot de wisselplaats Oude School. Vanaf hier liep de tramlijn tamelijk vlak door tot aan Hotel Spijker. In feite is er op het gedeelte vanaf het tankstation in Ubbergen tot aan het onderstation in Beek niet veel veranderd; men hoeft alleen maar de rails in de straatklinkers en de vakwerktrammasten met gebogen uithouder langs de weg te denken en men ziet de tram zo weer rijden…..

.jpg)
Na het hotel Spijker, waar nu nog vele tramfoto’s hangen, reed de tram met een S-boog, waarin het spoor tevens verdubbelde, naar de Van Randwijckweg met een wisselplaats vlak voor het onderstation. Aan de rechterzijde van de Rijksstraatweg lag een opstelspoor langs de keermuur van de Van Randwijckweg, het zogenaamde Duitslandspoor. Hier kon zo nodig een bijwagen afgehaakt worden en stond ook vaak de Railreiniger tactisch opgesteld, om eventueel defect materieel te kunnen wegslepen…..

Na de wisselplaats begon de grote klim naar Berg en Dal; weer langs de linkerzijde van de weg. Na onder het grote betonnen viaduct door te zijn gereden, boog de tram naar rechts af, waarbij een plantsoentje met gras doorsneden werd; nu nog te herkennen als voetpad. Na de Van Randwijckweg te zijn gekruist, vervolgde de lijn de Wester Bergweg, nog steeds aan de linkerzijde, waar ook een wisselplaats lag. Op de Sterrenberg boog de tram voor de uitspanning met uitzichttoren langs met een scherpe boog naar rechts de Ooster Bergweg op, waarna de oprit naar het viaduct werd bereikt. Aan de rechterzijde van de weg staat nog steeds een goed onderhouden trammast op particulier terrein.



Op het viaduct, waaraan het Bergspoor haar faam dankte, werd meestal even gestopt om van het uitzicht te genieten. Na het viaduct boog de lijn naar rechts langs de tuinmuur van de villa aan de linker zijde. Vervolgens werd de Hogeweg bereikt, die nu aan de rechterzijde werd gevolgd tot aan de wegenkruising in Berg en Dal, waar de tram linksaf boog en vrijwel direct aan de linkerzijde van de weg de wisselplaats en het eindpunt berg en Dal bereikte.



