Er zijn aan het einde van de negentiende eeuw nogal wat pogingen ondernomen, om het land van Maas en Waal per trein of tram te ontsluiten, maar die telkens niet levensvatbaar bleken. Dus reisde men in die jaren per schroefstoomboot ‘De Postiljon’, die van Nijmegen naar Tiel ook de tussenliggende dorpen bediende, totdat de Stoomram Maas en Waal verscheen.
Het lukte de heren C.B. Hiebendaal en A.J. Bouwens (kent u hem nog van de NmTM?) in het najaar van 1898 een concessie te verkrijgen voor een tramdienst tussen Nijmegen en Wamel, vanwaar men per pontveer kon oversteken naar Tiel. Inmiddels was op 9 augustus 1898 de N.V. Stoomtram Maas en Waal opgericht, waarbij A.J. Bouwens, gedelegeerd commissaris van de NmTM, als directeur zou optreden.
De opening.
De 32 km lange tramlijn, ontworpen door de heer W.E. Cramer (ook bekend van de NmTM) liep van het station in Nijmegen via Weurt, Beuningen, Ewijk, Winssen, Deest, Afferden, Druten,Puiflijk, Boven Leeuwen en Beneden Leeuwen naar Wamel, waar het eindpunt bij de NH kerk lag. De lijn werd in twee gedeelten geopend:
De lijn volgde voornamelijk de openbare wegen, met name de Koningstraat, behalve tussen Boven en Beneden Leeuwen en voor Wamel, waar de tram met een zogenaamd veldspoor over particulier terrein reed. De lijn kende een groot aantal, veelal ook krappe, bogen. Er waren 10 wisselplaatsen, die tevens een los- en laadspoor hadden voor het goederenvervoer. Ook enkele bedrijven, zoals een pannenfabriek in Afferden en een conservenfabriek in Beuningen, hadden een spooraansluiting.
De Stoomtram Maas en Waal had een tramdepot in Druten, dat bestond uit:
- een locloods met drie sporen, werkplaats, magazijnen, kantoor en bovenwoning,
- een rijtuigloods met vier sporen en aansluitend een goederenloods met overdekte laad- en losplaats,
- een dienstwoning voor de stationschef.
De rijtuigloods is tot enkele jaren geleden als busgarage van de ZO, later Hermes, in gebruik geweest. Voor grotere herstellingen en revisies maakte de M&W gebruik van de diensten va de Nijmeegsche Machinefabriek, eigendom van de NmTM, totdat deze verkocht werd in 1918. De M&W heeft toen de oude NmTM locloods aan de Van Diemerbroekstraat in Nijmegen als werkplaats ingericht.
Voor goederenoverslag met de spoorwegen beschikte de M&W over drie sporen aan de westzijde van de Van Diemerbroekstraat, evenwijdig met de spoorlijn.

De route in Nijmegen,
De lijn begon op het stationsplein in Nijmegen, waar een wachthuisje stond. Daarna sloeg de lijn rechtsaf de Spoorstraat in, vervolgens linksaf de Nieuwe Marktstraat in. Op het huidige Joris Ivensplein aangekomen ging het linksaf onder de Hezelpoort door tot aan de Weurtscheweg. Tot hier had de M&W het medegebruik van de sporen van de NmTM lijn naar Neerbosch. Voordat het Maas-Waalkanaal gegraven was, volgde de tramlijn de Weurtscheweg en sloot in Weurt aan op de Koningstraat (nu Pastoor van de Marckstraat). Na Weurt werd ook verder de Koningstraat gevolgd. Met de aanleg van het Maas-Waalkanaal omstreeks 1924 werd de Weurtseweg met een helling (1 : 100) en een grote boog naar het zuiden op de hefbrug aangesloten (de huidige situatie met de afrit naar de Marialaan kwam pas met de bouw van de stationstunnel). Ook de tram moest de hefbrug over de sluis van het Maas-Waalkanaal passeren.
Andere plannen.
In 1910 ontwikkelden de heren Hiebendaal en Bouwens plannen om de stoomtramlijn naar Neerbosch over te nemen van de NmTM en te verlengen via Wijchen, Balgoy, en Nederasselt naar het pontveer tegenover Grave. Alle vergunningen en subsidies waren verkregen, dan wel toegezegd. In augustus 1910 werd de concessie bij het provinciaal bestuur aangevraagd. Dit wilde echter een ander tracé voorschrijven, dan beide heren voor ogen stond, maar omdat i dat gebied de waterhuishouding nog niet op orde was, werd in de loop van 1913 van verdere plannen afgezien.
De tramlijn naar Neerbosch.
Nadat de NmTM de exploitatie van haar stoomtramlijnen van het station naar respectievelijk Beek en Berg en Dal had stopgezet in verband met de komst van de electrische tramlijnen 1 en 2 van de GTN, bleef alleen de stoomtramlijn van het station naar Neerbosch over. Vanaf 1 januari 1913 heeft de M&W de exploitatie van deze lijn overgenomen en uitgevoerd in opdracht van de NmTM. Zij kreeg hiervoor de Hanomag locomotieven 5 en 6 van de NmTM in bruikleen. Vanaf 1 januari 1916 heeft de M&W de exploitatie van de lijn voor eigen rekening uitgevoerd. In 1919 gingen beide NmTM locomotieven over in eigendom van de M&W, waar zij hun oorspronkelijke nummers behielden. Per 1 januari 1920, na liquidatie van de NmTM, is de gehele lijn overgegaan in eigendom van de M&W. De gemeentelijke concessie en de beschikking over de terreinen aan de Van Diemerbroekstraat waren door de gemeente Nijmegen verlengd tot 26 juli 1988 (!!).
Op 3 juni 1921 besloot de Nijmeegse gemeenteraad om een electrische tramlijn 3 aan te leggen van het station naar de Witte Poort in Neerbosch. Dien ten gevolge reed de stoomtram haar laatste rit op 31 december 1921. Na vernieuwing van de sporen en aanleg van de bovenleiding werd de GTN lijn 3 op 17 juni1922 officieel geopend.
Het einde van de tramdiensten.
Na de Eerste Wereldoorlog werd het voor de M&W steeds moeilijker het hoofd boven water te houden. Na beëindiging van de oorlog komt er in grote getale militair materieel vrij, dat uitstekend als basis kan dienen voor de bouw van autobusjes. En terwijl ‘snorders’, de vrije busondernemers, voor de tram uitrijdend alle vervoer afroomden, dienden zich na twintig jaar de eerste vervangingen in de infrastructuur zich aan. De watersnoodramp in 1926 veroorzaakte ook nog eens veel schade aan de baan.
Op 1 januari 1921 droeg de oude heer Bouwens het directeurschap over aan zijn zoon Pieter, die helaas niet veel van de talenten van zijn vader geërfd had. Geldontwaarding en dalende vervoerscijfers drukten het resultaat. De geplande aanleg van de Van Heemstraweg van Nijmegen naar Druten en verder naar Dreumel betekende de doodsteek voor de tram. De M&W schafte nu zelf vanaf 1927 autobussen en vrachtwagens aan, om de concurrentie het hoofd te bieden.
Op 13 april 1933 werd in een Buitengewone Vergadering van Aandeelhouders medegedeeld, dat het bestuur van de maatschappij onderhandelingen had aangeknoopt met een aantal andere tramwegmaatschappijen, om te bekijken of de M&W te redden viel met een fusie. De vergadering machtigde het bestuur de onderhandelingen voort te zetten met de Maas-Buurtspoorweg (MBS), omdat die partij redelijke overlevingskansen leek te bieden.
Op 14 december 1933 keurde de tweede Buitengewone Vergadering van Aandeelhouders het plan goed, dat de MBS voor de tijd van vijf jaren de exploitatie in Maas en Waal zou overnemen, echter niet meer per rail…..
De MBS liet de stoomtram nog rijden tot 28 februari 1928, toen om 18:00 uur de laatste tram van Nijmegen naar Druten vertrok. Sindsdien reden de ‘Maasbuurt’-bussen over de nieuwe betonnen Van Heemstraweg.

Materieel.
Stoomlocomotieven, 2 assig Backer & Rueb 1 - 5
Stoomlocomotieven, 2 assig (ex NmTM) Hanomag 5 - 6 (deze locs behielden hun NmTm nummer)
Personenrijtuigen, 4 assig Pennock 1 - 7
Post-bagagewagens, 2 as., draagverm. 5 ton Pennock LD 1 - 3
Lage bakwagens, 2 assig, draagverm. 6 ton Nijm. Mach. fabr. E 1 - 9
Hekkenwagens met deuren, 2 as., 6 ton Nijm. Mach. fabr. F 1 - 6
Gesloten wagens, draagverm. 6 ton Nijm. Mach. fabr. G 1 - 8
Rongenwagens met losse hekken, 4 as., 10 ton Nijm. Mach. fabr. H 1 - 3
Hoge bakwagens, 2 assig, draagverm. 10 ton Nijm. Mach. fabr. GH 1 - 2
Hoge bakwagens, 4 assig, draagverm. 10 ton Nijm. Mach. fabr. H 4 - 7
Gesloten wagens, 2 assig, draagverm. 10 ton Haine St. Pierre CHG 1 - 3
Voorts waren er twee kleine lage bakwagens aanwezig ( 3 en 4 ton laadvermogen, gebouwd door de Nijm. Mach. fabr.), afkomstig van de NmTM. Deze wagens werden vanaf 1916 van de NmTM gehuurd en gingen in 1919 in eigendom van de M&W over. Zij hebben nooit M&W nummers gehad.
Wat is er bewaard?
Op 10 februari 1984 werd er op een boerenerf tussen Heumen en Leur een post-bagagewagen aangetroffen. Het bleek de LD 3 van de M&W te zijn, die sindsdien bij de Nederlandse Smalspoor Stichting (NSS) in Katwijk bij Den Haag wordt bewaard in afwachting van restauratie
.
Stoomtram M&W in model.
Spoor 1m, schaal 1 : 32
Spoor Sm, schaal 1 : 64:
Geraadpleegde literatuur:
- Stoomtrams in het centrum van Nederland
De Herder/Van Lith/Bink
Wyt 1973, ISBN 90 6007 682 6
- Stoomtram Nijmegen - Wamel
Van Os
Historische Vereniging Tweestromenland 1984, ISBN 90 7105 901 4
- Stoomtram Nijmegen - Wamel 1902 - 1934
Van Os
Historische Vereniging Tweestromenland 1989, ISBN 90 7105 901 9
- Maas-Buurtspoorweg
Rutten
Schuyt & Co 1991, ISBN 90 6097 307 0
- The locomotives built by 'Machinefabriek "Breda", voorheen Backer & Rueb'
De Pater
E.J. Brill 1970
- De stoomlocomotieven der Nederlandse Tramwegen
Overbosch
H. Stam NV, 2e herziene druk 1966
- Goederenwagens van de Nederlandse tramwegen
Dijkers
Schuyt & Co 1996, ISBN 90 6097 404 2
- Rijtuigen van de Nederlandse stoomtramwegen
Dijkers
NVBS 1987, ISBN 90 9001 1756 9
- Gemeente Tram Nijmegen
Streefland/Van Reen
Pirola 1986, ISBN 90 6550 047 6