De Nijmeegsche Tramweg Maatschappij (NmTM)

Een statiefoto uit 1911 op het Keizer Karelplein van alle openbaar vervoermiddelen in Nijmegen v.l.n.r.: NmTM stoomtram, NmTM paardentram, GTN electrische tram en dubbeldeksautobus van de Auto Omnibus Dienst (Nijmegen - Plasmolen). Fotograaf: niet bekend.

Tijdens de jaren ’80 van de negentiende eeuw zijn er diverse plannen gesmeed voor secundair railvervoer in en om Nijmegen. Zo was er in 1884 een plan voor een stoomtram van Nijmegen naar Kleef.
Uiteindelijk lukte het de heren W.E. Cramer en A.J. Bouwens (onthoud die naam!) een concessie te verwerven voor een tramlijn van Neerbosch via Nijmegen naar Beek. Hiertoe werd in 1888 in Nijmegen de Nijmeegsche Tramweg Maatschappij opgericht, met NTM als initialen. Toch geven de beschrijvers van de railhistorie in Nederland er de voorkeur aan de initialen NmTM te gebruiken, om verwarring met de veel grotere NTM uit Friesland te vermijden.


Een NmTM stoomtram met Hanomag loc en open rijtuig 6; tijd en plaats van de foto onbekend, maar het zou op het Keizer Karelplein kunnen zijn bij de afslag naar de Oranjesingel. Fotograaf: niet bekend.

De lijn Neerbosch – Nijmegen - Beek
De 10 km lange tramlijn Neerbosch – Nijmegen – Beek werd op 30 juni 1889 geopend als stoomtramlijn met een spoorbreedte van 1067 mm; het zogenaamde kaapspoor, dat bij vele Nederlandse smalspoortramlijnen in gebruik was.
De route liep vanaf de Dorpsstraat in Neerbosch via Hees, Voorstadslaan, Hezelpoort, Nieuwe Marktstraat, Spoorstraat, Van Schaeck Mathonsingel, Keizer Karelplein, Oranjesingel, Hertogstraat, Kelfkensbosch, Hunerpark, Nieuwe Ubbergscheweg en de Rijksstraatweg naar Beek. Het eindpunt lag in de buurt van Hotel Spijker nabij de huidige Elzenweg.

In Neerbosch liep de stoomtram verder door dan de latere GTN lijn 3: na de Witte Poort op de hoek van de Kerkstraat en de Dennenstraat/Dr de Blecourtstraat sloeg de stoomtram rechts af om vervolgens ter hoogte van de huidige Energieweg linksaf de Neerbossche Dorpstraat in te slaan, waarna het eindpunt bij de NH kerk werd bereikt. Omdat het Maas en Waalkanaal nog niet gegraven was, kon vanuit het eindpunt van de stoomtram gemakkelijk de weesinrichting van dominee Van 't Lindenhout (het huidige Kinderdorp Neerbosch) worden bereikt.

Er kwamen een paar pittige hellingen voor in de lijn. Zo lag er een helling van 1:20 in de Nieuwe Marktstraat vanaf de Hezelpoort naar het station. De klim vanaf Ubbergen naar het Hunerpark in de lijn van Beek naar Nijmegen kende een helling van 1:17,5, maar ook de klim tussen Ubbergen en Beek ter hoogte van het Franse Pensionaat mocht er wezen.
Het oorspronkelijk ontworpen traject zou vanaf de Hezelpoort via de Waalkade lopen, waarbij de beide hellingen in Nijmegen voorkomen konden worden, maar de gemeente Ubbergen stelde de route via de singels als eis voor een financiele bijdrage.

Al gauw bleek dat het zomerverkeer op de lijn vrij zwaar was, waarbij de beide rijtuigen van de tram helemaal vol zaten. In de winter bleef het vervoer tussen Nijmegen en Beek redelijk op peil, maar het gedeelte Nijmegen – Hees werd matig gebruikt, terwijl de weesinrichting in Neerbosch in die tijd van het jaar vrijwel geen bezoekers kreeg.

Een wandelkaart uit 1894, waarin de beide NmTM lijnen naar Beek en naar Berg en Dal zijn ingetekend.

De lijn Nijmegen – Berg en Dal
Ter ontlasting van de lijn naar Beek vroeg de NmTM een concessie aan voor de lijn Nijmegen – Berg en Dal, die alleen in de zomermaanden van 1 mei tot 30 september zou worden geexploiteerd. De 5 km lange lijn werd geopend op 10 mei 1891 en liep vanaf het Hunerpark (aansluiting naar Beek) via de Mr. Franckenstraat en de Berg en Dalscheweg naar Berg en Dal. Alleen in Hengstdal tussen de Sophiaweg en de Johannaweg, ter hoogte van de Kwakkenberg, liep de lijn op een eigen baan met een boog naar links (vanuit de stad gezien), om de helling in de Berg en Dalscheweg ter plekke te vermijden.

In het vakblad ‘De Locomotief’ ontstond een discussie of de NmTM met de lijn naar Berg en Dal niet haar andere lijn naar Beek zou beconcurreren. De NmTM stelde echter dat zij niet in staat was aan de vervoersvraag te voldoen op de hellingrijke lijn naar Beek, waar zij slechts met twee, bij uitzondering met drie rijtuigen per tram kon rijden, terwijl dat op de lijn naar Berg en Dal met drie tot maximaal 4 rijtuigen per tram kon tegen dezelfde exploitatiekosten. De lijn was vanaf de opening een succes, waarbij de NmTM haar gelijk bewees.

Aanvankelijk was het de bedoeling de lijn alleen 's zomers te exploiteren, maar het succes leidde er toe om al in hetzelfde jaar ook een beperkte winterdienst in te stellen: alleen op zondagen, De lijn kreeg steeds meer het karakter van een stadstram, mede door de opening van het Canisius College en het ontstaan van diverse woonwijken langs de Berg en Dalscheweg. De lijn werd daarom in latere jaren ook ’s winters op werkdagen geexploiteerd met vier ritten per dag, maar vanaf 1903 uitgebreid tot 7 ritten per dag.

De NmTM stoomtram aan het eindpunt in Berg en Dal ter hoogte van het Groot Hotel Berg en Dal. Fotograaf: niet bekend.

De lijn Nijmegen – St. Anna
Op 2 juni 1897 startte de NmTM met de exploitatie van de paardentramlijn van de Molenstraat, via het Keizer Karelplein en de St. Annastraat naar het eindpunt St. Anna bij de Kastanjelaan; dat is ter hoogte van de huidige hoofdingang van het Radboud ziekenhuis. De lijn was qua infrastructuur voorbereid op stoomtramexploitatie in de toekomst.

De paardentram aan het eindpunt in de Molenstraat, tussen de Tweede Walstraat en de Van Welderenstraat. Fotograaf: niet bekend.

Andere plannen
Rond 1895 ontstonden er de volgende uitbreidingsplannen, die echter nooit zijn gerealiseerd:

  1. St. Anna – Hatert – Overasselt – Nederasselt – Grave (veerpont)
  2. Neerbosch – Grave (veerpont)

Wel startte op 8 maart 1902 de exploitatie van het eerste baanvak Nijmegen – Druten van de Stoomtram Maas & Waal, waarmee de NmTM nauwe banden had.
In oktober 1900 diende de NmTM een verzoek in bij de gemeente voor een concessie voor een electrisch stadstrambedrijf. Maar dat leidde tot discussies in het gemeentebestuur en de gemeenteraad, die uiteindelijk tot een heel ander besluit zouden leiden…..

Materieel
Het rollend materieel bestond op het hoogtepunt van de NmTM uit:

- 6 Hanomag stoomtramlocomotieven van het vierkante type
      - nrs 1 – 4 (1889)
      -   nr 5        (1897)
      -   nr 6        (1903)

6 gesloten vierassige stoomtramrijtuigen

8 open vierassige stoomtramrijtuigen

2 gesloten twee-assige paardentramrijtuigen

1 open twee-assig paardentramrijtuig

5 goederenwagens voor de paardentram

5 paarden voor de paardentramdienst

Wanneer de stoomtram een enkele keer goederenwagens nodig had, zoals bij de bouw van de Tuchtschool aan de Berg en Dalscheweg in 1903, werden die bij de Stoomtram M&W geleend.

De Nijmeegsche Machinefabriek
De remise voor de tram was oorspronkelijk op het stationsplein gebouwd, ongeveer waar tot voor kort het Postkantoor stond. Deze remise moest in 1898 wijken voor de bouw van het nieuwe spoorstation en werd verplaatst naar een terrein aan de Van Diemerbroekstraat. Op het stationsplein kwam nu een sporendriehoek te liggen met sporen naar de Van Schaeck Mathonsingel (Beek / Berg en Dal), de Spoorstraat (Neerbosch) en de Van Diemerbroekstraat (remise).

In 1898 kocht de NmTM echter ook de machinefabriek van de heer G.W. van Westrhenen en richtte deze opnieuw op aan de Voorstadslaan met een ijzergieterij, kantoren, magazijnen en een aansluiting aan de tramlijn naar Neerbosch.
De fabriek werd de herstelwerkplaats voor het rollend materieel van zowel de NmTM, als van de Stoomtram Maas & Waal en fabriceerde daarnaast ook tramrijtuigen, goederenwagens en wissels; niet alleen voor de NmTM en de M&W, maar ook voor diverse andere tramwegmaatschappijen in Nederland.

De paardentram is in haar laatste dagen in 1911 zojuist vanaf het Keizer Karelplein de St. Annastraat in gereden. De rails van de GTN zijn al gereed; rechts liggen nog oude railstaven aan de kant van de straat. Via een oplegwissel rijdt de tram naar het spoor staduitwaarts; vermoedelijk wordt verderop in de St. Annastraat nog gewerkt aan het spoor stadinwaarts. Fotograaf: niet bekend.

Het einde
De discussies naar aanleiding van het verzoek van de NmTM tot het verlenen van een concessie voor de exploitatie van een electrisch stadstrambedrijf, leidden uiteindelijk op 16 oktober 1907 tot het besluit van de gemeente Nijmegen om de exploitatie van zo’n trambedrijf zelf ter hand te nemen. Op 18 juni 1910 nam de gemeente Nijmegen de concessies voor de stadslijnen over van de NmTM.

Na onderhandelingen met de NmTM werd overeengekomen dat de NmTM op de volgende data afstand zou doen van haar lijnen:

  1. Nijmegen – St. Anna             per 01.05.1911
  2. Nijmegen – Beek                   per 01.01.1912
  3. Nijmegen – Berg en Dal        per 01.01.1913

De gemeente kon hierdoor starten met de aanleg van haar tramlijnen, waarbij tot 31.12.1912 gemengde exploitatie van NmTM stoomtrams en GTN electrische trams mogelijk diende te zijn.

De foto is niet al te best, maar er is wel het een en ander op te zien. Op het Hunnerpark liggen de rails van de GTN al op de plaats. Naar rechts slaat het traject van lijn 2 naar Beek / Berg en Dal af. Het dubbelspoor van lijn 1 naar Nijmegen Oost voert naar links. Op de voorgrond is zojuist een thermiet-las aangestoken, terwijl de NmTM stoomtram uit Berg en Dal noodgedwongen op verkeerd spoor de stad inrijdt. Fotograaf: niet bekend.

Uiteindelijk beeindigde de NmTM de tramdiensten op:

  1. Nijmegen – St. Anna             per 07.06.1911
  2. Nijmegen – Beek                   per 31.12.1911
  3. Nijmegen – Berg en Dal        per 09.12.1912

De locomotieven 1 - 4 werden in 1915 verkocht aan de Stoomtramweg Maatschappij Oostelijk Groningen (OG). De locomotieven 5 en 6 werden bij de Stoomtram Maas en Waal in bruikleen gegeven voor de exploitatie van de overgebleven stoomtramlijn naar Neerbosch; in 1919 kwamen zij bij de M&W in eigendom, waar ze in 1934 werden gesloopt. Op enkele rijtuigen na werd alle rollend materieel verkocht.

De tramlijn naar Neerbosch mocht worden voortgezet tot aan het einde van de lopende concessie, waarbij tevens concessie was verleend voor de verlenging naar Grave. De NmTM droeg de exploitatie van haar overgebleven stoomtramlijn per 1 januari 1913 op aan de Stoomtram Maas en Waal; per 1 januari 1916 werd de exploitatie door de Stoomtram M&W overgenomen.
De lotgevallen van de tramlijn naar Neerbosch worden verder beschreven in de hoofdstukken over de Stoomtram Maas & Waal en over de Gemeente Tram Nijmegen.

In 1918 werd de Nijmeegsche Machinefabriek verkocht aan Numans Blikfabrieken uit Amsterdam en moest de Stoomtram M&W een eigen herstelwerkplaats inrichten op het terrein aan de Van Diemerbroekstraat.
Hierna werd de NmTM aan het einde van 1919 geliquideerd.

Hanomag locomotief 5 of 6 na de stopzetting van de tramdiensten van de Stoomtram Maas en Waal tijdens de sloop aan de Van Diemerbroekstraat in 1934. Erachter een Backertje in onttakelde toestand. Fotograaf: niet bekend.

 

Wat is er bewaard?
Bij mijn weten is er niets van de NmTM bewaard gebleven.

NmTM in model
Ik heb in het begin van de jaren ’70 ooit een model van de NmTM stoomtram gezien tijdens een NVBS bijeenkomst in Gennep.
Er zijn bij mijn weten geen (klein-)serie modellen van de NmTM geproduceerd.

Geraadpleegde literatuur:
- Stoomtrams in het centrum van Nederland
    De Herder/Van Lith/Brink             
    Wyt 1973, ISBN 90 6007 682 5

- De Gemeente Tram Nijmegen
    Streefland/Van Reen
    Pirola 1986, ISBN 90 655 047 6

- Lijn 2 De geschiedenis van een bergspoor
    Van Sluis
    Tandem Felix 1997, ISBN 90 5750 0116

- Halte Novio
    Wolf 
    Novio 2000, ISBN 90 76791 02 3

- Rijtuigen van de Nederlandse stoomtramwegen
    Dijkers
    NVBS 1987, ISBN 90 9001 1756 9

Terug.