Railinfratructuur in Waelstede.


 

Waarom zelfbouw van tramrails.
Vrijwel alle tramrails in Waelstede is zelfbouw. De tram in Waelstede rijdt op meterspoor (12mm, HOm); het industriële aanbod beperkt zich dan tot bv. Bemo, Peco of Tillig, maar dit materiaal is niet overal verkrijgbaar. Deze merken richten zich met hun railgeometrie bovendien op voorbeelden uit interlokale smalspoorwegen en hoofdspoorwegen. Fabrikanten van echte tramrails leiden een noodleidend bestaan. Hartel leverde normaalspoor tramrails en -wissels met straatinlegstukken. Kiss en Sewdtram zijn nog actief, maar leveren bouwpakketten, waarbij toch het één en ander zelf gedaan moet worden. Ook bij deze fabrikanten is men gebonden aan de door de fabrikant gekozen geometrie en boogstralen.

Tramsporen volgen het stratenplan in de stad en dat vergt maatoplossingen en flexibiliteit in het bouwen. Waelstede wordt gebouwd op zes modules van 61 * 122 cm. Hierop dient op aannemelijke wijze een gemeentelijk tramnet met een interlokale uitloper uitgebeeld te worden, met een aantal vastgestelde thema' s. De eerste schetsontwerpen maakten al spoedig duidelijk dat zelfbouw van rails de enige optie was. Gekozen is voor een minimum boogstraal van 25 cm, want daar kunnen alle, mij bekende, trammodellen mee door de bocht.

 

Tramrails.
De tramrails bestaat uit railprofielen, die om de vijf cm op printplaatjes van ca 1 * 2.5 cm gesoldeerd worden. In de bogen liggen deze dwarsliggers ca 3 cm van elkaar. Uit een vorig modelbouwleven zijn massa's flexibele Roco-rails overgehouden: messing met een hoogte van 2.5 mm. De railprofielen worden tijdens het solderen op de juiste afstand gehouden door een aluminium blokje, waarin twee zaagsneden op 12 mm afstand zitten en een houten handvatje om de vingers niet te branden. Bogen worden met de hand voorgebogen, waarbij kartonnen mallen dienen voor controle. In Waelstede wordt alleen op de bovenleiding gereden; de rails wordt dus niet electrisch gescheiden. De aldus ontstane trambaan wordt op de vrije baan in de stad roestbruin geschilderd, ingestrooid met een zand- of grasimitatie en klaar is Kees!

Groefrails ontstaat door op een afstand van ongeveer 1.3 mm (in Waelstede de dikte van het rondbuigtangetje) van de rails een messing hoekprofiel van 2.5 * 2.5 mm te solderen. Een goedkopere oplossing is om een "I "-profiel van 2.5 * 1 mm te gebruiken, maar voor een mooi optisch resultaat moeten deze profielen aan de binnenkant schuin afgevijld worden. De breedte van de groef (minimaal 1,3 mm) is noodzakelijk, omdat anders 2-assige trams met een grote radstand in bogen tegen de contralatten gaan opklimmen.Vervolgens kan de trambaan, na het schilderen, opgevuld worden met asfalt of klinkers.

Naschrift 2013:

Bij de bouw van Waelstede deel 2 (Modules 3, 4 en S1) wordt een andere constructie van de groefrails toegepast.
Zie hiervoor de beschrijving bij de bouw van Module 4.

Groefrails bij de remise vóór het bestraten. Boven: contrarails van afgeschuinde 1*2.5 'I'-profielen; onder: contrarails van 2.5*2.5 hoekprofielen.

Wissels.
De wissels hebben één wisseltong in de buitenboog, die t.z.t. door postrelais bediend gaan worden. Het eerste wissel is gebouwd met Roco railprofielen. Het Vignolaprofiel is moeilijker te buigen geeft echter veel en lastig vijlwerk bij de hartstukken, op plaatsen waar de wisseltong moet aanliggen en waar de contrarail moet aansluiten. Bij alle volgende wissels is daarom ook voor de rijrail het 1*2.5 mm "I"-profiel gebruikt. Dit valt vrijwel niet op, maar is geschilderd en bestraat helemaal niet meer zichtbaar.

Naschrift 2012:

Voor de Modules 3 en 4 zal toch weer met ROCO railprofielen in de wissels worden gewerkt, omdat de trams op een 'echte' railkop toch beter rijden, dan op het 'hoekige' messingprofiel.
Bij de beschrijving van de bouw van Module 3 is ook de aandrijving van de zelfbouwwissels besproken.

Het eerste zelfbouwwissel met Rocoprofielen en contrarails van hoekprofiel.

 

Driewegwissel van een latere generatie. Bij de linker wissel ontbreekt de wisseltong nog.

 

Het bouwen van een wissel.
Vooraf is het totale lijnenverloop op de module ingetekend; een enkelvoudige lijn in het hart van het spoor. Voor een te bouwen wissel of kruising een printplaat op maat zagen en hierop de hartlijnen overnemen. Met behulp van kartonnen mallen vervolgens de sporen intekenen. Het printplaatje met een aantal schroeven op een handzaam plankje bevestigen; dit gaat het kromtrekken tijdens het solderen tegen. Dezelfde gaten en schroeven dienen later voor bevestiging op de module.

Het benodigde gereedschap: Bovenaan het plankje waarop de printplaat tijdens het werk bevestigd wordt en de flexibele slang met slijpschijfje. Van links naar rechts op de grote plank: diverse kleine vijltjes, voorgezaagde 'dwarsliggers', een onbewerkte printplaat met daarop de kartonnen mallen voor de binnen- en buitenboog, een TT draaistelletje voor proefrijden tijdens de bouw en de aluminium spoormaat. Dan het Roco-zaagje, de railknipper (oranje), spitsbektangetje (rood), rondbuigtangetje (blauw) en zijknipper (groen). De soldeerspullen ontbreken; de gebruikte soldeerbout heeft 40W.

 

Als eerste de doorgaande buitenrail vastsolderen; steeds ca 1 cm tot de randen van het printplaatje vrijhouden, want daar moeten de aansluitende rails bevestigd worden. Als tweede de afbuigende buitenrail vastzetten; deze zal veelal eerst een stukje recht zijn en daarna overgaan in de boogstraal. Overgangsbogen worden niet toegepast. Als derde de afbuigende parrallelrail solderen vanaf de plaats van de wisseltong over het hartstuk tot 1 cm van de rand van de printplaat. Als vierde de doorgaande parrallelrail bevestigen vanaf het hartstuk. Als vijfde het vervolg van deze rail vanaf het hartstuk tot aan de afbuigende buitenrail. De wissels worden eerst 'dicht' gebouwd, d.w.z. dat alles als één geheel tegen elkaar wordt gesoldeerd. Bij in te straten wissels of kruisingen kunnen nu de contrarails worden gesoldeerd. Nadat de gehele constructie klaar is, worden de openingen voor de wielflensen met een slijpschijfje weggeslepen. Tijdens alle stadia van de bouw de spoorwijdte en gangbaarheid controleren met een bijwagen en/of een draaistel. Trams op draaistellen en twee-assige trams kunnen zich verschillend gedragen op wissels en kruisingen. De wisseltongen worden proefondervindelijk op maat gevijld uit een hoekprofiel; aan het draaipunt wordt een voldoende lang messing pijpje van 1 mm gesoldeerd, dat door de moduleplaat heen kan steken. Dit pijpje past weer een een groter pijpje, dat in de moduleplaat en de printplaat is vastgezet. Hopelijk spreken, voor verdere vragen, de foto's en de tekening voor zichzelf.

 
Terug